NRC Handelsblad, 31-08-1994, JOKE MAT

Een dier moet je negeren

Waarom nemen mensen een kat of een hond? Willen ze een kameraad, een kind, een knuffel? Cok Verhoek weet het ook niet. Tot nu toe hebben hij en zijn vrouw vanuit hun praktijk in Bergen op Zoom 17.000 asociale honden behandeld en 7000 asociale katten. Dieren die de meubels sloopten, voorbijgangers aanvielen, zich vastbeten in de visite, kortom niet helemaal waren wat hun adoptie-ouders zich hadden voorgesteld. 'Dierenpsycholoog', noemen ze Verhoek in België.

Meestal gaat hij naar de mensen toe, thuis manifesteert de ellende zich het best. Hij doet een greep in zijn videoarchief. Op het beeldscherm verschijnt een woonkamer met een Mechelse herder aan de voeten van een paar benen. "Dit is een jongen die ging samenwonen met zijn vriendin", zegt Verhoek. "Maar het boterde niet met de hond, en toen zei ze: 'Hond eruit of ik eruit'. Nu is zij dus weg." De hond ontdekt de camera en komt grommend in close-up, de oren plat. Volgens Verhoek ziet hij de camera als een peilloos diep en machtig oog. Hij is bang. Er valt een blaf en nog een. Dit gaat het baasje te ver, een arm grijpt de hond abrupt in het nekvel. Die schrikt en hapt toe. "Rustig maar", horen we de jongen sussen, "Het is gewoon visite".

Ja, dat snapt die hond niet, zegt Verhoek. Dat is het probleem. Je moet mensen leren dierlijk te denken. Ze storten hun menselijke emoties uit over hun dieren en zetten die zo aan tot een bepaald gedrag. Voor ze het weten laten ze zich door het dier regeren. "Echtpaar in Den Haag, 55 en 60, kinderen de deur uit, haalt een Siamees met een triest verleden uit een asiel. Die gaan ze vertroetelen. Maar dat wil dat dier niet. Dus die kat gaat sproeien, als een dier rust wil gaat hij sproeien. En wat doet de mens dan, die gaat schoonmaken. Maar de mens vergeet: die frisse stoffen uit de Ajax zitten ook in de urine van het dier. Dan krijg je dus een spel: wie het laatst plast plast het best."

Een groot probleem is het aaien. Alles aan de kat is aaibaar, zelfs zijn voeten, schreef Rudy Kousbroek in De aaibaarheidsfactor. Juist dat geeft misverstanden, zegt Cok Verhoek. "Aaien beloont een dier in het gedrag dat hij op dat moment vertoont. Maar als ze aaien letten mensen niet op de staart." Staart omhoog betekent onderdanig, staart evenwijdig aan het lichaam dominant. Door dieren op verkeerde momenten te aaien kun je ze volgens Verhoek honderd procent agressief of honderd procent bang maken. Zijn gouden tip voor mensen met onhandelbare dieren: "Ga je dier maar eens tien dagen negeren. Nee, dat kan niet, hoor je dan. Hij moet kusje zus aaitje zo. Na drie, vier dagen zitten die mensen van ellende op de kast." Ze mogen voor telefonische nazorg met Verhoek bellen. Intussen komen de dieren heerlijk tot rust.

We zijn dus een vraag verder. Waarom moet de mens aaien? En waarom per se een dier? Is een kattevel zoveel lekkerder dan een bloot been? Kennelijk. Je moest eens weten, zegt Verhoek, hoeveel partners jaloers zijn op een huisdier dat wel geknuffeld wordt en zij niet. Hij heeft het al vele malen tot echtscheiding zien komen.

Verhoek, een grote man met een snor en puppiebretels, heeft een geheim-van-de-smid. Alle problemen die mensen met hun huisdier kunnen hebben heeft hij in zijn vorige leven meegemaakt, toen hij nog trambestuurder was en met zijn ex-vrouw in Den Haag woonde. Gevechten op leven en dood heeft hij met zijn honden geleverd. Wat wil je, zegt hij, 15.000 gulden schade hadden ze veroorzaakt. "Op een avond kwam ik thuis, dat was de druppel. De hele bank aan stukken. En de Louvredeurtjes in de slaapkamer - alle latjes eruit. Ik heb mijn dierenarts gebeld dat hij ze maar af moest maken. Maar hij was niet thuis." Op dat moment was de strijd gestreden. Er kwam een diepe rust over Cok Verhoek. De volgende dag nam hij zijn honden mee naar het Haagse bos en negeerde ze totaal. En opeens lieten ze alle fietsers met rust. Toen viel bij hem het kwartje.